Bestemming zoeken
Populaire landen
Lissabon
Lissabon

Romantisch, kleurrijk, authentiek en veelzijdig. Dat is Lissabon in een notendop. De hoofdstad van Portugal verovert jaarlijks miljoenen harten door haar schoonheid, de heerlijke Zuid-Europese sfeer die in de straten hangt en het bruisende stadsleven. Wie er is geweest, is voor altijd ambassadeur!
Lissabon wordt ook wel de witte stad genoemd. Gelegen aan de rivier de Taag en dichtbij de Atlantische Oceaan is de herinnering aan de tijden van ontdekkingsreiziger Vasco da Gama nog altijd zichtbaar. De Zuid-Europese ligging nabij de oceaan zorgt bovendien voor een heerlijk klimaat. Lissabon is de stad van fadomuziek, azulejos (keramische tegels met vaak blauwe gekleurde schilderingen), de heerlijke lokale pasteitjes van Belém en de karakteristieke gele trams die nog altijd een belangrijke rol spelen in de lokale infrastructuur.
Zien en beleven
Bairro alto en Chiado
In deze trendy buurt bepalen winkels en (fado)restaurants het beeld. De metrouitgang geeft uit op een plein met het standbeeld van de dichter Luís Camões. A Brasileira is het café waar, na de schrijvers Fernando Pessoa en Eça de Queiroz, nu ook drommen toeristen zich verdringen voor een koffie of een koekje. Vandaar kan je via de kloosterruines van het Convento do Carmo, verwoest in de aardbeving van 1755, naar de Elevador de Santa Justa om af te dalen naar de benedenstad Baixa.
Baixa
De benedenstad ligt tussen twee heuvels met de wijken Alfama en Chiado in. Van de "Rossio" kan je richting Taag naar de Praça do Comércio langs de winkelstraten. Let daarbij op de straatbedekking met kunstige mozaieken. In de Rua Conceição kan je de befaamde tram N°38 nemen naar andere delen van de stad.
Oriente en expoterrein
De metro brengt je naar het terrein van de wereldtentoonstelling Expo '98. Na afloop vonden allerlei moderne voorzieningen er een onderkomen: een gloednieuw trein- en metrostation, parken, expohallen, winkelcentra, het Oceanário[1] en een kabelbaan met een uitstekend zicht op de 17 km lange Vasco da Gamabrug over de Taag.
Museum Gulbenkian
De stemmige Avenida da Libertade brengt je naar de rotonde Praça Marquês Pombal en het Parque Eduardo VII met zijn twee plantenserres. Wie nog verder gaat bereikt de Fundação Calouste Gulbenkian. Het park en de gebouwen zijn indrukwekkend. In de aanpalende straat kan je in het voetpad de gedenksteen zien op de plaats waar de Vlaamse dichter Herman De Coninck stierf. De twee uiterst boeiende musea, het Gulbenkian Museum en het Centrum voor Moderne Kunst, brengen oude en moderne kunst van een hoog niveau. De collectie van de Franse juwelier Lalique is indrukwekkend.
Alfama en Castelo São Jorge
Alfama is de oudste buurt van Lissabon. In de nauwe straatjes en de kleine pleintjes kan je eindeloos flaneren. Op de top ligt het kasteel waar de eerste koninklijke families woonden en die een schitterend uitzicht op de stad biedt. Afdalen naar de benedenstad kan langs de Sé, de kathedraal van Lissabon. De "dievenmarkt" rond het Pantheon (met het graf van Amália Rodrigues en overleden portugese staatslui) bezoek je op dinsdag of zaterdag. De bussen 28 of 12 rijden er langs.
Nationaal museum van de azulejo
Tegels in alle maten, vormen en kleuren door de eeuwen heen zijn het onderwerp van dit museum. De azulejos vind je overal in Portugal. Het is een levendige kunstvorm afkomstig van de islamcultuur die in de vroege Middeleeuwen het Iberisch schiereiland beheerste.
Museu do Fado
De fado en de legendarische Amália Rodrigues zitten vast verankerd in de ziel van de portugees. Het museum is één grote verheerlijking van deze muziek. De fadorestaurants geven graag aan de toerist een demonstratie
In deze trendy buurt bepalen winkels en (fado)restaurants het beeld. De metrouitgang geeft uit op een plein met het standbeeld van de dichter Luís Camões. A Brasileira is het café waar, na de schrijvers Fernando Pessoa en Eça de Queiroz, nu ook drommen toeristen zich verdringen voor een koffie of een koekje. Vandaar kan je via de kloosterruines van het Convento do Carmo, verwoest in de aardbeving van 1755, naar de Elevador de Santa Justa om af te dalen naar de benedenstad Baixa.
Baixa
De benedenstad ligt tussen twee heuvels met de wijken Alfama en Chiado in. Van de "Rossio" kan je richting Taag naar de Praça do Comércio langs de winkelstraten. Let daarbij op de straatbedekking met kunstige mozaieken. In de Rua Conceição kan je de befaamde tram N°38 nemen naar andere delen van de stad.
Oriente en expoterrein
De metro brengt je naar het terrein van de wereldtentoonstelling Expo '98. Na afloop vonden allerlei moderne voorzieningen er een onderkomen: een gloednieuw trein- en metrostation, parken, expohallen, winkelcentra, het Oceanário[1] en een kabelbaan met een uitstekend zicht op de 17 km lange Vasco da Gamabrug over de Taag.
Museum Gulbenkian
De stemmige Avenida da Libertade brengt je naar de rotonde Praça Marquês Pombal en het Parque Eduardo VII met zijn twee plantenserres. Wie nog verder gaat bereikt de Fundação Calouste Gulbenkian. Het park en de gebouwen zijn indrukwekkend. In de aanpalende straat kan je in het voetpad de gedenksteen zien op de plaats waar de Vlaamse dichter Herman De Coninck stierf. De twee uiterst boeiende musea, het Gulbenkian Museum en het Centrum voor Moderne Kunst, brengen oude en moderne kunst van een hoog niveau. De collectie van de Franse juwelier Lalique is indrukwekkend.
Alfama en Castelo São Jorge
Alfama is de oudste buurt van Lissabon. In de nauwe straatjes en de kleine pleintjes kan je eindeloos flaneren. Op de top ligt het kasteel waar de eerste koninklijke families woonden en die een schitterend uitzicht op de stad biedt. Afdalen naar de benedenstad kan langs de Sé, de kathedraal van Lissabon. De "dievenmarkt" rond het Pantheon (met het graf van Amália Rodrigues en overleden portugese staatslui) bezoek je op dinsdag of zaterdag. De bussen 28 of 12 rijden er langs.
Nationaal museum van de azulejo
Tegels in alle maten, vormen en kleuren door de eeuwen heen zijn het onderwerp van dit museum. De azulejos vind je overal in Portugal. Het is een levendige kunstvorm afkomstig van de islamcultuur die in de vroege Middeleeuwen het Iberisch schiereiland beheerste.
Museu do Fado
De fado en de legendarische Amália Rodrigues zitten vast verankerd in de ziel van de portugees. Het museum is één grote verheerlijking van deze muziek. De fadorestaurants geven graag aan de toerist een demonstratie
Aanbevolen reisaanbieders
Geschiedenis van Lissabon
Volgens de legende is Lissabon gesticht door de Griekse held Odysseus tijdens zijn lange tocht naar huis, de Odyssee. Feitelijk dateert de echte oorsprong van de stad van rond 1200 v.Chr, toen er een Fenicische handelspost werd gesticht. Rond 200 v.Chr. werd de stad veroverd door de Romeinen. Toen het Romeinse Rijk uiteenviel, viel de stad in handen van volkeren uit het noorden en raakte ze in verval.
In het jaar 714 werd de stad ingenomen door de moslims, waarna de stad flink opbloeide. Destijds luisterde de stad naar de naam al-Ushbuna of al-Ishbunah. In de eeuwen die erop volgden kwam de stad in handen van verschillende volkeren, wat uiteraard gepaard ging met opstanden, rebellen en oorlogen. Pas rond 1139 begon Lissabon echt deel uit te maken van het op dat moment nog kleinere Portugal. Koning Alfons I van Portugal, die zich in 1139 tot eerste koning van het kleinere Portugal had uitgeroepen, veroverde Lissabon op 21 oktober 1147, na eerst een mislukte aanval in 1140, met hulp van onder meer de kruisvaarder Gilbert of Hastings. De belegering duurde 17 weken en de moslims gaven uiteindelijk door honger over. De christenen richtten onder de bewoners (154.000) van al-Ushbuna een waar bloedbad aan, waarbij zij weinig onderscheid maakten tussen christenen en moslims. Zo werd de 'bisschop' van de stad die, tezamen met een delegatie van andere christelijke en islamitische leiders, ook door de kruisvaarders vermoord. De overblijvende moslims kregen een vrije aftocht en verlieten tegelijk met al-Ushbūna ook al-Ma'din (Almada) op de zuidoever van de Taag.
Alfonso I liet hierna een bestaand fort op een heuvel ombouwen tot koninklijk paleis. Het Castelo de São Jorge vervulde deze rol tot begin 16e eeuw. Tevens verrees de kathedraal Sé, waar Hastings als eerste bisschop van Lissabon zetelde. In de buurt hiervan bevindt zich het kerkje Santo António à Sé, dat gewijd is aan Antonius van Padua, de 13e eeuwse beschermheilige van de stad. De zetel verhuisde uit Coimbra en Lissabon werd in 1255 hoofdstad van Portugal.
De stad ontwikkelde zich sterk, zowel economisch als cultureel; in 1290 werd bijvoorbeeld de Universiteit van Lissabon gesticht die later naar Coimbra is verhuisd en er nu nog steeds staat. Met Vasco da Gama's ontdekking van de zeeweg naar Indië, rond 1500, begon de Portugese Gouden Eeuw. Koning Manuel I liet na Da Gama's terugkeer het Mosteiro dos Jerónimos bouwen. Op 1 november 1755 werd de stad getroffen door een zware aardbeving (beter bekend als De aardbeving van Lissabon). De vele doden, 15.000 volgens sommige bronnen, vielen niet alleen door instortingen, maar ook door branden en hoge golven uit de rivier. Onder de pragmatische premier, de latere Marquês van Pombal, werd aan de wederopbouw begonnen. Zijn invloed is terug te zien in het strakke stratenplan van het zuiden van de wijk Baixa. Ook de 20e eeuwse dictator António de Oliveira Salazar moderniseerde de stad.
In het jaar 714 werd de stad ingenomen door de moslims, waarna de stad flink opbloeide. Destijds luisterde de stad naar de naam al-Ushbuna of al-Ishbunah. In de eeuwen die erop volgden kwam de stad in handen van verschillende volkeren, wat uiteraard gepaard ging met opstanden, rebellen en oorlogen. Pas rond 1139 begon Lissabon echt deel uit te maken van het op dat moment nog kleinere Portugal. Koning Alfons I van Portugal, die zich in 1139 tot eerste koning van het kleinere Portugal had uitgeroepen, veroverde Lissabon op 21 oktober 1147, na eerst een mislukte aanval in 1140, met hulp van onder meer de kruisvaarder Gilbert of Hastings. De belegering duurde 17 weken en de moslims gaven uiteindelijk door honger over. De christenen richtten onder de bewoners (154.000) van al-Ushbuna een waar bloedbad aan, waarbij zij weinig onderscheid maakten tussen christenen en moslims. Zo werd de 'bisschop' van de stad die, tezamen met een delegatie van andere christelijke en islamitische leiders, ook door de kruisvaarders vermoord. De overblijvende moslims kregen een vrije aftocht en verlieten tegelijk met al-Ushbūna ook al-Ma'din (Almada) op de zuidoever van de Taag.
Alfonso I liet hierna een bestaand fort op een heuvel ombouwen tot koninklijk paleis. Het Castelo de São Jorge vervulde deze rol tot begin 16e eeuw. Tevens verrees de kathedraal Sé, waar Hastings als eerste bisschop van Lissabon zetelde. In de buurt hiervan bevindt zich het kerkje Santo António à Sé, dat gewijd is aan Antonius van Padua, de 13e eeuwse beschermheilige van de stad. De zetel verhuisde uit Coimbra en Lissabon werd in 1255 hoofdstad van Portugal.
De stad ontwikkelde zich sterk, zowel economisch als cultureel; in 1290 werd bijvoorbeeld de Universiteit van Lissabon gesticht die later naar Coimbra is verhuisd en er nu nog steeds staat. Met Vasco da Gama's ontdekking van de zeeweg naar Indië, rond 1500, begon de Portugese Gouden Eeuw. Koning Manuel I liet na Da Gama's terugkeer het Mosteiro dos Jerónimos bouwen. Op 1 november 1755 werd de stad getroffen door een zware aardbeving (beter bekend als De aardbeving van Lissabon). De vele doden, 15.000 volgens sommige bronnen, vielen niet alleen door instortingen, maar ook door branden en hoge golven uit de rivier. Onder de pragmatische premier, de latere Marquês van Pombal, werd aan de wederopbouw begonnen. Zijn invloed is terug te zien in het strakke stratenplan van het zuiden van de wijk Baixa. Ook de 20e eeuwse dictator António de Oliveira Salazar moderniseerde de stad.













